De MRA

Uit Kenniscentrum
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bij lichte (ahi 5 – 15) en matige (ahi 15 – 30) slaapapneu wordt het mra als eerste keuze voor de behandeling beschouwd. Bij ernstige slaapapneu (ahi > 30) kan het mra een secundaire optie zijn als behandeling met een cpap niet of onvoldoende slaagt. Soms kan een gecombineerde behandeling met gelijktijdig gebruik van cpap en mra vaak alsnog tot betere resultaten leiden, indien het probleem in te hoge inademingsdruk is.

Bij mra-gebruikers die gehinderd worden door een relatief hoge ahi bij rugligging kan een combi-therapie van het mra met een slaappositietrainer tot verbeterde resultaten leiden.

Het mra is een soort beugel, enigszins vergelijkbaar met een gebitsprothese, die goed passend over de tanden en kiezen wordt geplaatst. Het bestaat uit een boven- en een ondergedeelte welke, meestal verstelbaar, over elkaar kunnen schuiven. Het ondergedeelte zorgt er voor dat de onderkaak in een voorwaartse stand (protrusie) wordt gefixeerd. Hierdoor worden de tong en de tongbasis ook naar voren getrokken. Het gevolg is dat tijdens de slaap de keelholte niet dichtklapt en de luchtwegdoorgang open blijft. Daardoor zullen het snurken en/of de ademstops verminderen. De verstelbaarheid biedt de mogelijkheid om de protrusie optimaal af te stellen.

Voorbeeld van een MRA

Een mra is maatwerk. Hij is niet bij iedereen toepasbaar.

Allereerst moet de verwijzend specialist vaststellen of de patiënt baat heeft bij een mra-behandeling. Daarvoor zijn onder meer de uitkomsten van het slaaponderzoek en eventueel slaapendoscopie bepalend. Bij mensen met een groot overgewicht of een grote nekomvang werkt het mra minder effectief  en is een cpap vaak een betere oplossing. Ook voor mensen met een overmatige neiging tot braken is een mra minder geschikt.

Daarnaast is het heel belangrijk dat het gebit in goede conditie is. Het gebit is immers de basis waarop de beugel moet worden geplaatst. Een mra is minder geschikt voor mensen die last hebben van kaakgewrichtsklachten of een slechte conditie van gebit, tandvlees en/of kaakbot. Mensen met een volledig kunstgebit komen in principe niet in aanmerking voor een mra, tenzij de onder prothese implantaat gedragen is. Ongeveer een derde van de patiënten die in aanmerking komen voor een mra-behandeling, krijgt de antisnurkbeugel niet omdat de gebits- en/of kaaktoestand dat niet toelaat.

Het aanmeten van een mra moet gebeuren door een gespecialiseerde tandarts(-specialist). De Nederlandse Vereniging voor Tandheelkundige Slaapgeneeskunde (NVTS) borgt middels opleidingen en accreditaties (erkenningen) de kwaliteit en deskundigheid van dit proces.

Als is vastgesteld dat een patiënt aan de hiervoor genoemde voorwaarden voor een mra-behandeling voldoet, worden door de specialist gebitsafdrukken gemaakt. Die dienen als basis voor de te maken beugel. Het maken van de beugel kan enkele dagen tot enkel weken vergen. Daarna wordt de beugel aangemeten en krijgt de patiënt de vereiste instructie over het gebruik en onderhoud van het apparaat.