Bevochtigingsmodule

Uit Kenniscentrum
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De luchtvochtigheid regelen (Optionele)

De verwarmer kan van 1 tot 10 worden ingesteld. De optimale temperatuurinstelling is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en de luchtvochtigheid in de kamer. Als de kamertemperatuur laag en/of de relatieve luchtvochtigheid hoog is, kan een lagere temperatuurinstelling nodig zijn om overtollige condensvorming in de luchttoevoerslang te voorkomen. Als de kamertemperatuur hoog en/of de luchtvochtigheid laag is, kan een hogere temperatuurinstelling nodig zijn voor optimaal comfort.

Stand 1 zorgt voor een verwarmingsplaattemperatuur van ongeveer 29 °C. Stand 10 zorgt voor een verwarmingsplaattemperatuur van ongeveer 65 °C.

NB-Wacht na het uitzetten van het apparaat altijd ten minste 10 minuten voordat u de waterkamer uit de lucht bevochtigerhouder haalt.

WAARSCHUWING

Probeer niet om de luchtbevochtiger te vullen terwijl de waterkamer in de houder zit.

VOORZICHTIG-Gebruik uitsluitend gedistilleerd water op kamertemperatuur. Voeg geen medicatie of andere additieven aan het water toe.

VOORZICHTIG-Voor een goede werking moet u eivoor zorgen dat de stroomgenerator UIT is voordat u de lucht bevochtigerkamer aanbrengt.

WAARSCHUWING

Raak nooit de verwarmingsplaat op de houder van de luchtbevochtiger aan. Raak nooit de warmteoverdrachtplaat onderop de waterkamer aan. Deze platen kunnen tijdens gebruik een temperatuur van wel 65 °C bereiken.

Gebruik de verwarmer niet als de waterkamer leeg is. De verwarmingsplaat kan met de HEATER-knop op het toetsenblok worden uitgezet als het apparaat zonder water wordt gebruikt.